Vaak horen we dat de eerste betrekkingen tussen het Ottomaanse Rijk en de Nederlanden, de komst was van de eerste officiële ambassadeur van Nederland naar Istanbul in 1612. Maar aan deze officiële erkenning van de Nederlandse Republiek door het Ottomaanse Rijk gingen 46 jaar ideologische, politieke en militaire relaties vooraf. De Nederlandse onafhankelijkheidsstrijd is daarmee sterk verbonden met het Ottomaanse Rijk.
Bescherming van protestanten door het Ottomaanse Rijk
Toen protestantse groepen opkwamen binnen de katholieke wereld in de zestiende eeuw, werden hun volgelingen meedogenloos vervolgd door de katholieke kerk. Duizenden Nederlanders werden op gruwelijke wijze op de brandstapel vermoord. Het Ottomaanse Rijk was religieus divers. Het gaf protestantse christenen zoals elke godsdienstige groep een beschermde status, wat een doorn was in het oog van het katholieke Habsburgse Rijk waar de Nederlandse provinciën onderdeel van waren. Willem van Oranje zocht al vroeg in de jaren 1560 steun bij de Ottomaanse sultan om een onafhankelijkheidsstrijd aan te gaan. Dit was mogelijk door de bemiddeling van Joseph Nasi, een joodse vriend van Willem van Oranje. Joseph Nasi was uit Antwerpen gevlucht voor de Spaanse Inquisitie en de sultan had hem in Istanboel als zijn speciale adviseur aangesteld voor de Lage Landen.
De Beeldenstorm: een signaal aan de sultan
Tijdens de Beeldenstorm in augustus 1566, droegen de protestanten zilveren halve manen aan hun kleren en riepen in koor, ‘Halve manen op de mouw, Liever Turks dan Papauw!’ Verslagen over de beeldenstorm en deze pro-Ottomaanse leuzen werden door de adviseurs van de sultan aan hem gepresenteerd, waardoor vertrouwen ontstond dat de protestanten en de moslims gezamenlijk de strijd konden aangaan tegen de katholieke ‘afgodendienaren’. Twee maanden later, in oktober, ontvingen de Staten Generaal een brief van sultan Süleyman de Grote waarin hij politieke en financiële steun toezegde voor hun onafhankelijkheidsstrijd. Na de eerste steunbrief overleed Süleyman de Grote. Willem van Oranje bleef echter delegaties sturen naar de opvolgende sultans om de beloofde steun voort te zetten.
Het gezamenlijke aanvalsplan
In 1574 stuurde sultan Selim II geheim agenten, die contact legden tussen de opkomende Nederlandse Republiek, de piraten van Algiers en de Morisco’s in Spanje. De laatste waren Spaanse moslims die na de verovering van islamitisch Spanje door de katholieken in 1492, geleidelijk gedwongen waren het christendom te belijden. Het plan dat de geheime agenten moesten realiseren, was om verschillende delen van het Spaanse Rijk tegelijkertijd aan te vallen.
In juli 1574 stuurde de sultan een grote vloot de Middellandse Zee in, die Tunis en La Goleta veroverde. De Morisco’s zouden in opstand komen in Spanje. Tegelijkertijd vielen de Nederlanders de stad Leiden aan. De sultan had aan de Nederlandse vrijheidsstrijders Ottomaanse vlaggen en uniformen gestuurd, die ze op hun schepen gebruikten in combinatie met Turkse snorren om de Spanjaarden te laten denken dat de gevreesde Turken helemaal naar het noorden waren gekomen. Als hun mascotte droegen ze weer de zilveren halve manen met de pro-Turkse leuzen. Het gezamenlijke aanvalsplan was succesvol. De sultan veroverde Tunis en La Goleta, en de Nederlandse opstandelingen versloegen de Spanjaarden in het Leidens Ontzet. Aan Filips II werd daarmee een flinke klap uitgedeeld en hij zou de gebieden nooit meer terugkrijgen.
De Nederlanders bezongen de hulp van de sultan met dit geuzenlied:
Den Turck die coemt al met ghewelt,
Met dry hondert duysent man is hy te velt,
Te voet end oock te Peerden,
Hy heeft gewonnen, tzy u vertelt,
Twee steden van grooter weerden.
Lagoulette ende Thoenis sijn die Steden genaemt
Daer binnen was so menigen Italiaen,
Bisschoppen, Cardinalen, Spaensche gesellen,
Die zijn daer gebleven, wilt dit verstaen,
Die en sullen ons hier niet meer quellen
De overwinning op de Armada
In 1588 wilde Filips II de protestanten in Nederland en Engeland definitief verslaan door een reusachtige oorlogsvloot te sturen: de Armada. De Engelse koningin Elisabeth I schreef in paniek naar sultan Murat III om Engeland te beschermen. Waren de protestanten immers niet samen met de moslims een front, schreef zij, tegen de katholieke afgodendienaren? Murat III beantwoordde het verzoek van de koningin en stuurde de Turkse vloot de Middellandse Zee in, waardoor Filips II moest besluiten om de helft van de Armada achter te laten voor de bescherming van Spanje. De verzwakte Armada kon vervolgens door de samenwerkende Nederlandse en Engelse vloot – en Gods hulp in de vorm van weersomstandigheden – worden verslagen.
Prins Maurits verdient een ambassade in Istanboel
In 1604 bevrijdde prins Maurits in de slag bij Sluis veertienhonderd Ottomaanse soldaten die door de Spanjaarden als galeislaven waren ingezet. De Ottomanen hebben vermoedelijk aan de zijde van de Nederlanders meegevochten in veldslagen rond Zeeland. Een deel van hen is door prins Maurits in dankbaarheid aan sultan Ahmed I naar Istanboel teruggebracht. De sultan beantwoordde deze gunst door de Nederlandse republiek een ambassade te geven in Istanboel in 1612. Daarmee erkende het Ottomaanse Rijk de soevereiniteit van de Republiek al ver voor de internationale erkenning in 1648. Een deel van de Ottomaanse soldaten is waarschijnlijk blijven wonen in het Zeeuwse dorpje dat nu nog steeds ‘Turkeye’ heet en hebben nakomelingen in Nederland.
De verdrijving van joden en moslims uit Spanje
Koning Filips III tekende in 1609 een wapenstilstand met de Republiek. Op diezelfde dag tekende hij een edict dat de joden en moslims, die al gedwongen waren geweest om het katholicisme te belijden, definitief uit Spanje moesten worden verdreven. In dit edict verwees hij naar de militaire allianties tussen de Morisco’s, de Ottomanen, de Nederlanders en de Engelsen. Het edict werd ook in de Nederlandse Republiek gelezen en besproken.
Nieuwe onderhandelingen met Marokkaanse gezanten
Zelfs nadat in 1609 het verdrag was getekend tussen de Nederlandse Republiek en Spanje, vonden er in 1610 en 1611 onderhandelingen plaats tussen prins Maurits en ambassadeurs van Marokko. In de charmante ontmoeting met Al- Hajari in 1611, werd besproken hoe Marokko, Nederland en de Ottomaanse sultan Ahmed I gezamenlijk Spanje konden aanvallen en heroveren voor de moslims. Dit laat zien hoezeer prins Maurits nog hoopte om de samenwerking met de moslims voort te zetten.
Betekenis van de Ottomaans-Nederlandse samenwerking voor Europa
De samenwerking tussen de Nederlanden en het Ottomaanse Rijk had een enorme impact op de geschiedenis van Europa. Het droeg bij aan de onafhankelijkheid van de Nederlandse Republiek en verzwakte het Spaanse Rijk. De dreiging die van de samenwerking uit ging speelde mee in de tragische verdrijving van de laatste moslims en joden van het Spaanse schiereiland, met grote demografische gevolgen voor Europa. De vestiging van godsdienstvrijheid in de Nederlandse Republiek beschermde de protestanten en de Reformatie. Het maakte het ook mogelijk dat verdreven joden uit Andalusië zich vestigden in de Nederlanden, met economische en culturele verrijking tot gevolg.
